|
Admin
|
Geplaatst op 21-09-2006, 17:28 |
Reageer
|
Berichten: 35
administrator
Verstuur privé bericht
|
Een ligfiets is een bijzondere, en nog steeds vrij zeldzame, uitvoering van een fiets. Kenmerkend is de lage zitting, waardoor er geen ruimte voor trappers onder de zitting overblijft. Alle ligfietsen hebben in plaats van een zadel een zitschaal of kuip, die ook meestal de rug, soms de buik(Buikfiets), ondersteunt. De trappers bevinden zich ongeveer op dezelfde hoogte als het zadel, en wel op ongeveer een beenlengte ervoor(erachter bij buikfiets).

Een klassieke ligfietser ligt ontspannen op de (onder)rug, ongeveer zoals in een fauteuil voor de televisie. Dit maakt het voor ongetrainden direct mogelijk zonder problemen lange tochten te maken (meer dan 100 km/dag). Het comfort is gewaarborgd doordat de gehele rug wordt ondersteund in plaats van een deel van het zitvlak. Het is daarom heerlijk ontspannen fietsen zonder last te hebben van zadelpijn, pijnlijke schouders, polsen of nek.
Er zijn twee mogelijkheden voor de aandrijving:
* Achterwielaandrijving met een lange ketting, of met een cardanas (komt nauwelijks voor). Het voorwiel is bestuurbaar. * Voorwielaandrijving met een korte ketting. Sturen is mogelijk dankzij een speciaal scharnier, ongeveer in het midden van het frame, het zogeheten kantelknikmechanisme. Dit type fiets vergt de meeste oefening, behalve bij driewielers. Een ander mechanisme is de torderende ketting langs het balhoofd met een normale voorvork.
De ligfiets heeft als voordelen de lage luchtweerstand en de comfortabele zit. Door het geringere frontale oppervlak en de aerodynamischer vorm vangt een ligfiets veel minder wind dan een "gewone" fiets. Hierdoor kan de snelheid al snel een stuk hoger liggen, of hoeft u zich bij dezelfde snelheid veel minder in te spannen. Bovendien kan veel meer kracht gegeven worden doordat u zich afzet tegen de zitting. Nadelen zijn de minder gemakkelijke opstap en een slechtere wendbaarheid (met name bij de fietsen met een onderstuur of een zeer lage zithoogte). Bovendien vergt het horizontaal houden van de benen extra energie, een bezwaar dat met goede klikpedalen grotendeels teniet wordt gedaan. Ligfietsen met voorwielaandrijving hebben bovendien minder grip bij steile hellingen.
Ligfietsen kennen veel verschillen in wielmaten. Veel ligfietsen hebben een klein voorwiel en een groter achterwiel. Een combinatie die veel voorkomt is 20 inch voor en 28 inch achter. Maar ook 20"/26" komt voor. Daarnaast bestaan er hoge ligfietsen met twee 26" wielen. Ook 20"/20" is een populair type.
Ook de afstand tussen voor- en achterwiel kan verschillen. Bij een korte wielbasis is de fiets erg wendbaar, wat in de stad voordelen heeft. Maar voor lange afstanden is het stuurgedrag nerveus. Bij een lange wielbasis is de fiets wat minder wendbaar, maar stuurt hij rustiger.
De zogenaamde lowracers of semi-lowracers beginnen tamelijk populair te worden onder ligfietsers. De fietser zit dichter bij de grond dan bij andere types. Hierdoor is de luchtweerstand bijzonder laag. Dit type ligfiets heeft, samen met bepaalde velomobielen, het meeste voordeel boven gewone racefietsen. Andere ligfietsen hebben een minder gunstige luchtweerstand; dat zijn meer toerfietsen.
Er zijn verschillende merken ligfietsen te koop. Ligfietsen worden niet door grote fabrieken gemaakt, maar door kleine werkplaatsen. Deze kleinschaligheid heeft duidelijk invloed op de prijs. Daar staat tegenover dat veel ligfietsbouwers zeer gemotiveerd zijn.
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
|
|
|
Armstrong
|
Geplaatst op 27-11-2006, 17:09 |
Reageer
|
Berichten: 131
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
De ontwikkeling van de fiets, en dus ook van de ligfiets start met de ‘loopfiets’, voor het eerste gemaakt n 1790. Na het ‘uitvinden’ van het stuur (1817), werden aandrijvingen uitgevonden. De allereerste (1821) werkte met een pallenmechanisme (voorloper van het freewheel of vrijlooplager). Een andere uitvinding was het stangenmechanisme(1838). In 1855 werden voor het eerst pedalen gemonteerd op het voorwiel. Dit ontwikkelde zich verder tot de ’hoge bi'’ één groot voorwiel en een zeer klein steunwiel. In de jaren zeventig werd duidelijk dat deze fietsen tamelijk gevaarlijk waren.
Op dat moment werden velerlei meerwielige voertuigen ontwikkeld waarvan enkele sterk doen denken aan latere ligfietsen. Zij werden voornamelijk aangedreven door stangenmechanismen of een soort krukasmechanisme. Uit deze periode stamt de uitvinding van het differentieel.
In 1873 werd de ‘Safety Bicycle’ uitgevonden. De jaren er opvolgend werd met een enorm aantal kadervormen geëxperimenteerd, tot duidelijk werd dat de trapeziumvorm met rechte buizen de sterkste en goedkoopste constructie was. Deze constructie werd voor het eerst gebruikt in 1890. De hoge bi is dan al bijna volledig uit het straatbeeld verdwenen.
Rond 1910 zijn alle belangrijke uitvindingen reeds gebeurd ; in Gent reed al 15 jaar de eerste zitfiets rond, er is al een buikfiets ontworpen (fietser ligt op de buik) , de luchtband wordt algemeen gebruikt, de effecten van volle wielen zijn bekend, er is al geëxperimenteerd met gestroomlijnde fietsen en ligfietsen. Vanaf dan wordt de fiets verfijnd.
Dit verfijnen wordt in hoge mate bevorderd door het organiseren van wedstrijden. Tot in 1914 legde de UCI weinig technische regels op bij het gebruik van allerhande fietsen. Dan breken twee renners in een gestroomlijnde fiets enkele records. De UCI reageert met de uitsluiting van aërodynamische voorzieningen in de wedstrijden. Twee mannen strijden nog enkele jaren om de eer van de snelste te zijn, maar door gebrek aan erkenning krijgen zij geen volgelingen, en gestroomlijnde fietsen worden een uitzondering.
Hetzelfde gebeurt met ligfietsen. In 1934 wint een ligfietser (F. Fauré de 5 km achtervolging van de regerend wereldkampioen en stelt het wereldrecord scherper. De UCI reageert met uitsluiting. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling van de ligfiets gevoelige vertraging opliep, net op het moment dat er ligfietsen bestonden die de concurrentie aankonden met de dan al overal heersende fietsen met diamantkader.
Pas in de jaren zeventig wordt de draad terug opgenomen. De ligfiets wordt opnieuw uitgevonden. In vele landen werden verenigingen opgericht die de ligfiets promoten. In de beginjaren waren de ligfietsen nauwelijks sneller dan de klassieke of aangepaste fietsen. Professor Chester Kyle uit Massachusets legde een basis door de traditie van gestroomlijnde gewone fietsen terug op te nemen en verder te ontwikkelen. Naderhand werden ook andere houdingen geprobeerd : buikfietsen, fietsen met arm- en beenaandrijvingen, driewielers, vierwielers, … De snelheden waren, zeker in het begin, niet echt spectaculair.
Naarmate de techniek verfijnde, en naarmate de renners beter werden voorbereid steeg de bereikte snelheid gestaag. Waar het spurtrecord in 1975 nog 65 km/h bedroeg, bedraagt het huidige record 110 km/h. Het uurrecord is in ’79 nog steeds 51.3 km/h, het huidige record is 81 km/h
Mede dankzij de behaalde records kwam er weer groei in de ligfietsmarkt en een aantal fabrikanten, die elk met een eigen ligfietsontwerp op de markt kwamen, wisten samen een steeds breder wordend publiek te bereiken. De groei van het aantal verkooppunten zorgde er tevens voor dat de eerst enkel door excentriekelingen gebruikte fiets voor een steeds groter wordend publiek toegankelijk wordt.
Bron: http://www.notschaele.nl/ligfiets.htm#_Toc517189347
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
|
|
|
flowers
|
Geplaatst op 31-12-2006, 19:58 |
Reageer
|
Berichten: 16
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Zelf had een tijd een sinner en veel en met veel plezier vele kilometers gereden. Maar aangezien ik vier verschillende fietsen had en er toch achter kwam (ja wel) dat je toch maar op een te gelijk kon fietsen heb ik een moeilijk besluit genomen om er twee te verkopen, waarvan ook de ligfiets. Soms heb ik, eergelijk gezegd, er wel spijt van, maar ja vier fietsen was toch ook wel erg veel.

|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
|
|
|
|
|
|