Henk Geplaatst op 18-01-2007, 17:22 Reageer
Berichten: 81
gebruiker
Verstuur privé bericht

Elk jaar in juni of september ga ik met een paar vrienden een weekje fietsen in de Alpen. In 2005 kon het gezamenlijke fietsweekje helaas niet plaats vinden. Iedereen gaat maar zonder overleg op vakantie.


Dag 1: Haarlem – Amsterdam - Riva del Garda

Dus vertrok ik op 13 juli vanuit Haarlem naar Amsterdam (Amstel Station), en vandaar met een  Cycletoursbus naar Riva del Garda. In Utrecht en Eindhoven vulde de bus zich nog met meer collegafietsers. Vanwege een wegversperring bij Nürnberg moesten we de Autobahn verlaten en via binnenwegen onze weg zoeken. Ook voor geroutineerde chauffeurs bleek het lastig de alternatieve route te vinden. Rond 07.00 werd even op de Brennerpas gepauzeerd. Ook hier is het dan al spitsuur.

Met een vertraging van een kleine 3 uur kwam de bus ca.10.00 uur aan in Riva.


Dag 2: Riva del Garda - Fondo

Samen met mij verlieten enkele fietsers in Riva de bus. Na onze fietsen opgetuigd te hebben, zwermden we uit in verschillende richtingen. Mijn eerste doel was een restaurant in het centrum voor een cappuccino. Een terras was snel gevonden.

Een half uurtje later begon dan de fietsreis richting het noorden.

Na ongeveer 20  km begon het mooiste deel van dit traject. Via tunnels en een lichte klim door tuinbouwgebieden (perziken en abrikozen) bereikte ik Molveno en vandaar was het nog 30 km naar Sarnonico. Ter hoogte van Cles was in de verte was nog net zichtbaar de ‘5-in-1- kerk’ van San Romédio.

Na het tentje opgezet en gedoucht te hebben nam ik een pastamaaltijd in het campingrestaurant. Die avond lag ik al tamelijk vroeg in mijn slaapzak.

Dag 3: Fondo – Prato

De volgende dag ging het richting Prato allo Stlevio via Merano. Dit deel startte met de beklimming van de Passo di Palade (Gampenjoch). Het begon lichtjes te regenen. Op de pas een kop koffie en een stuk taart van plaatselijke makelij genuttigd. Weer aangesterkt en opgewarmd  begon ik aan de afdaling naar Merano. Merano is een kuuroord van enigszins voorbije glorie, zo leek het mij. Toch heeft de stad nog mooie hoekjes, gebouwen en prachtige lanen.

Het regende nog steeds een beetje. Tijd dus voor een broodje. Na bij de kruidenier de lunch bij elkaar gesprokkeld te hebben, bood een bushalte me een droog, tijdelijk onderkomen.

Na enkele kilometers ging de tocht verder over een stil parallelweggetje langs de N38 en de weer een nieuw leven ingeblazen Vinschgauspoorlijn. Zo’n kleine 40 km had ik nu voor de boeg. Dit trajectgedeelte stijgt geleidelijk, maar daar merk je op een kleine oneffenheid na niks van. De laatste kilometers vanaf Silandro gaan wel weer over de grote, tamelijk drukke weg die richting Reschenpas leidt. Even gestopt bij een fraai pelgrimskerkje (Madonna di Lourdes).

Vlak voor Prato ga ik op de kruising links af en rij de bomenlaan uit richting het dorp.

Prato beschikt over 3 campings. Voor een fietser met tentje is er altijd wel plaats. Na een verkenningstocht door het dorp viel de keuze uiteindelijk op het campingrestaurant. Een goede keuze want het eten was top.

Dag 4: Prato - Valdisotto

De volgende dag de klim naar de Stelviopas. Het was bewolkt maar de verwachting was dat het droog zou blijven. Onderweg passeerde menig fietser en motorrijder: maar als je geduld hebt kom je vanzelf boven. Vanaf ongeveer een kilometer voor Trafoi begint het aftellen bij tornante 48.

Bij bocht 22 weet je dat je er nog evenveel resten als voor de beklimming van de Alpe d’Huez. Hier is de afstand wel korter. Het voordeel van haarspeldbochten is dat je relatief snel boven bent. En dat lukt ook. Tegen 14.00 stond ik boven en kon ik me vol trots laten fotograferen. Jammer van de wat grijze dag. Want het uitzicht is indrukwekkend. Je kunt je zelf als het ware nog zien bij bocht 22!

Met het afdalen van de Stelvio verbeterde het weer. In Bormio scheen de zon volop en met een windje in de rug vond ik na zo’n 10 km een camping (Valdisotto). Tegen de avond bleek ik niet de enige fietser te zijn. Alle fietsers die ik sprak zouden de volgende dag de zuidzijde van de Stelvio beklimmen.  

Ik had besloten de Gavia letterlijk links te laten liggen. Dat zou me de komende twee dagen genoeg tijd bieden voor de resterende kilometers richting Chur.

Dag 5: Valdisotto - Punt Muragl

Rond negen uur zat ik weer op de fiets richting Tirano. De route gaat grotendeels over een rustige parallelweg. Naarmate je dichter bij Tirano komt kom je letterlijk in meer Italiaanse sferen. De Mortirolo kon me niet verleiden, maar ik zal deze zeker eens een keer in de boeken bijschrijven. Tirano is op en top Italiaans. De mensen, de architectuur en de cappuccino. Vanaf het  terrasje in Madonna di Tirano – startpunt van de beklimming – bezie ik hoe soepel de trein zich door het verkeer  een weg baant. Een bezoek aan de gelijknamige Basiliek is vanwege zijn barokke inrichting zeker de moeite waard.

Veel te lang op het terras gezeten begon ik ca. 12 uur aan de klim van de Bernina. Onderschat deze niet. De pas is 2.328 meter hoog, maar het is één lange klim met een van de grootste hoogteverschillen (1.890m) want de start ligt op 438 meter. Tot voorbij de Zwitserse grens is het flink klimmen. Ik schat zo’n  8 à 9% met af en toe flinke uitschieters. Ook in Brusio gaat de weg stevig omhoog. Voor spoorwegliefhebbers – zoals ik - is hier een fraai curiosum te zien: om hoogte te winnen maakt de trein een bocht van 360° op een boogviaduct in de open lucht. Vanaf Miralago tot Poschiavo is het ontspannen fietsen. De route gaat hier gelijk op met de spoorlijn, langs het meer. Als spoorlijn en weg zich splitsen begint het derde en laatste stuk: één lange klim van 17 km à 8,5% gemiddeld met ook hier weer uitschieters naar boven (12%).

Inmiddels kwamen er steeds meer wolken en ging het langzaamaan betrekken. Ter hoogte van de splitsing naar de Livignopas, tevens grenspost, viel de regen met bakken uit de hemel. Na de regenkleding aangedaan te hebben, ging het weer bergwaarts. Met zulk weer is het op de pas natuurlijk een trieste bedoening. Dus na een korte stop zette ik koers richting dal  naar Punt Muragl. En jawel hoor: na regen is er weer een bleek zonnetje. De wat primitieve camping ligt ingeklemd tussen wegen en het spoor, maar daardoor uitstekend bereikbaar.

In Celerina heb ik een restaurant opgezocht en heb het me goed laten smaken.

Dag 6: Punt Muragl - Thusis

De vijfde dag begon ik aan de etappe naar Thusis, de laatste jaren onze vaste uitvalsbasis. Via St. Moritz naar Silvaplana. Na de gebruikelijke cappuccino begon ik aan de Julier. Omdat de klim in het dorp begint weet je dat het een stevige klim wordt. Zo’n route geeft prachtige vergezichten over de hoogvlakte van het Engadin met zijn meren. Na ongeveer 5 km draait de weg naar het noorden en wordt het uitzicht teruggebracht naar de weg en de bergen links en rechts daarvan. De pas zelf is niet bijzonder maar word steevast bezocht door bussen vol Japanse toeristen. Dus ook nu weer. Een behulpzame Japanner maakte het bewijs van mijn aankomst. De afdaling naar Tiefencastel is ondanks het eerst wat desolate en later wijdse landschap een genot. Vlak voor Tiefencastel gaat het nog als een speer omlaag. De hoofdweg naar Thusis is hier voor fietsers gesloten, dus er moet eerst via een kleine weg weer stevig geklommen worden.

Daarna is het alleen maar afdalen naar Thusis (Domleschg).

Dag 7: Thusis – Chur – Amsterdam - Haarlem

De laatste dag  kon ik uitslapen en reed ik op mijn gemak naar Chur. Onderweg nog even de  spectaculaire Rheinschlucht bezocht. Via Reichenau – het punt waar de Hinterrhein en Vorderrhein samen komen - bereikte ik Chur. Daar heb ik eerst de opstapplaats opgezocht en ben toen vervolgens naar het centrum gereden. Na wat geslenter en terrasbezoek was het om zes uur ’s-avonds tijd om naar huis te gaan.

Bron en plaatjes/kaartjes: http://home.planet.nl/~veld4707/home.htm


meld dit bericht aan een moderator