Louis Geplaatst op 12-04-2007, 15:09 Reageer
Berichten: 28
gebruiker
Verstuur privé bericht

Een goede fietskaart heeft:

   * De juiste schaal. Hangt erg af van het land of de streek. Is de omgeving dun bebouwd en zijn er weinig wegen, dan kan een schaal van 1 : 400.000 voldoende zijn. Een schaal voor 1 : 200.000 is voor Nederland te weinig, maar voor veel landen in Europa voldoende.
   * Voldoende kleine wegen. Veel kaarten zijn ontworpen voor het autoverkeer met vooral doorgaande wegen. Dit zijn nu juist ongeschikte wegen om op te fietsen.
   * Wegnummers op de kaart staan.
   * Een herkenbare categorie weg op de kaart aangegeven door bijvoorbeeld de dikte en de kleur. Een dikke rode weg is een weg met veel autoverkeer. Gele wegen zijn een stuk rustiger en de dunne witte weggetjes zijn wegen die je bij voorkeur uit moet zoeken. Er zijn speciale fietskaarten waar deze volgorde precies is omgekeerd: dikke rode wegen zijn dan het meest geschikt om op te fietsen.
   * Fietspaden op de kaart staan.
   * Kleinere plaatsen aangegeven met een cirkeltje. Dat is wat moeilijk zoeken in het plaatsje zelf. Handiger is het als plaatsen zijn aangeven met een heel klein plattegrondje, vlakken, zodat je je in het plaatsje je een beetje kunt oriënteren.
   * Oriëntatiepunten. Je vindt deze in de legenda van de kaart. Bijvoorbeeld een teken voor een kerk, of kerkhof. Dat is gemakkelijk ter oriëntatie in een plaatsje. Andere handige oriëntatiepunten onderweg zijn: watertorens, zendmasten, windmolens, spoorwegen en kanalen.
   * Hoogtelijnen. Het waarnemen op de kaart van hoogteverschillen is voor een fietser zeer belangrijk. Sommige kaarten bevatten hoogtelijnen, anderen geven hoogteverschillen aan met kleur of vermelden regelmatig met een stipje op de weg de hoogte. Een klim hoeft niet steil te zijn. Of er echt steile stukken in de route zitten, kun je zien aan de pijltjes op de weg: een, twee of drie pijltjes al naar gelang de aangegeven stijgingspercentages volgens de legenda. Helaas staan deze pijltjes lang niet overal waar het steil is, vooral niet op de kleine wegen.
   * Campings en jeugdherbergen op de kaart staan.
   * Kent groene wegen. Is een weg groen ingekleurd, dan is dat een mooie weg. Over het algemeen is men wat minder scheutig met het groen inkleuren van kleine wegen.
   * Toeristische informatie. Diverse kaarten vermelden: zwembaden, uitzichtpunten, kastelen, ruïnes en grotten.
   * Een plaatsnamenregister.
   * Een handig formaat, vouwt gemakkelijk, scheurt niet snel, kan tegen wat regenwater en past gemakkelijk in de ideale positie in het kaartenvenster van een stuurtas.
   * Een leesbare opmaak en een juist gebruik van kleuren.

Kaartenmakers als Michelin, Die General, Freytag & Berndt maken kaarten van veel landen in Europa. Het lijken vaak internationaal vergelijkbare series, maar dat zijn ze lang niet altijd. Vaak zijn er grote verschillen tussen kaarten van dezelfde kaartenmakers. Is een deelkaart van Michelin van Frankrijk bijvoorbeeld goed, dan wil dat nog niet zeggen dat een kaart uit dezelfde reeks van Zwitserland precies dezelfde informatie bevat. Kaartenmakers zijn uiteindelijk toch afhankelijk van de gegevens die ze krijgen uit afzonderlijke landen.

Bron


meld dit bericht aan een moderator